De jongen
De
dekking - De draagtijd -Het nest - Wat is het geslacht?
-Gewichtstabel - De zogende voedster en haar jongen -
Konijnenmelk
De
dekking Een
konijn heeft géén vruchtbare periode( zoals bij
mensen).Een voedster kan het hele jaar door gedekt
worden, maar in het algemeen is een konijn in een koude
periode minder bereid tot paren. Als zowel de ram als
de voedster bereid zijn tot paren is de kans heel groot
dat een zwangerschap volgt. Als er van mij weer jongen
mogen komen, laat ik de voedster en de ram los in de
tuin. Meestal rennen ze eerst wat achter elkaar aan. De
voedster gaat in haar enthousiasme soms op de ram zitten
en doet alsof zij de ram is. Ook twee voedster die in één
hok zitten vertonen dit gedrag als ze graag gedekt
willen worden. Na een tijdje rennen, ruiken en likken (
dat “tijdje”duurt meestal maar kort) volgt de paring. Als
de ram zijn “werk”heeft gedaan, piept hij soms en valt
achterover of opzij van de voedster af. Je kunt aan het
geslachtsdeel van de voedster zien of er inderdaad een
paring heeft plaats gevonden.
Wist u dat:
●Konijnen hebben een
dubbele baarmoeder. Beide kunnen embryo’s bevatten.(Uit:
Hét boek der
pelsdieren-2e druk - blz.38)
Van
www.konijnen.be → De uterus
heeft 2 hoornen en 2 afzonderlijke cervixen. De placenta
is van het hemochoriaal type. Dit heeft totgevolg dat
er een zeer
nauw contact is tussen de
maternale en de foetale bloedsomloop (zoals bij de
mens). Hierdoor is het mogelijk dat het konijn tweemaal
werpt met tussenpozen van minder dan de normale
draagtijd van 30 à 31 dagen. Beide worpen zijn
levensvatbaar.
● De
ram is een zogenaamde “schedebevruchter”in
tegenstelling tot vele andere diersoorten, waar het
mannelijke dier het sperma dieper in het vrouwelijk
geslachtorgaan deponeert.
● Een konijn heeft géén
vruchtbare periode. Door de prikkel van de dekking
laten de eierstokken of ovaria eicellen los. Bij andere
diersoorten is
dit vaak anders en gebeurt
het afstoten van de eicellen in bepaalde perioden.
●Een voedster heeft 8 tepels
.Een
enkele soms 9 of 10.Het is niet altijd zo dat ze
allemaal goed “werken”.
De
draagtijd
De draagtijd van een Hollandse
Dwerghangoor is 28-34 dagen.( vaak de 31e
dag)De jongen moeten minimaal 6 weken bij de moeder
blijven.Het maximum aantal jongen dat ik in één nestje
heb gehad is 6!Maar dat is veel.Als het konijn voor het
eerst een nestje krijgt zijn het er vaak 2. Daarna zijn
het er meestal 4.Het komt soms voor dat één of meer
konijntjes dood zijn en dat is soms vervelend om te zien…soms
eet de voedster een dood konijntje helemaal of
gedeeltelijk op.Controleer het nestje en haal de
eventuele dode konijntjes weg. Wees hiermee
voorzichtig, de voedster wil soms niet dat je aan “ haar
“ nest komt!Ik zorg altijd eerst dat er
“konijnengeur”aan m’n hand komt door met m’n hand over
de bodembedekking te strijken. Wordt het konijn
kwaadaardig, doe het dan gewoon niet en probeer het op
een later tijdstip.
Het nest
Het is
heel aandoenlijk als een konijn het nest gaat maken. Ze
begint hier meestal kort voor de bevalling mee. Ze
sjouwt rond met bosjes stro in haar bek en brengt dat
naar de plaats waar het nest moet komen. Ze trekt wol
uit haar pels en brengt dit ook naar het nest. Vaak
drukt ze er met haar kop een kuiltje in. Ik heb een keer
gezien dat er kleintjes werden geboren…heel bijzonder!
Voor de geboorte van elk konijntje piepte ze..floep..ze
at de nageboorte op…en eventjes erna de volgende…en de
volgende…en de volgende…ze kropen zelf in het nest. (Ze
beviel vlak bij het nest). Ze dronken direct…moeder
dekte ze toe met wol en deed vervolgens of er niets
gebeurd
was. Als je het hoopje niet zag, zou je niet weten dat
ze een nest had. Ieder konijn maakt een nest op haar
eigen manier. De
één
trekt veel wol uit, de andere weinig…..de
één
gebruikt veel stro, de andere weinig….soms voor in het
hok, soms achter in het hok. Soms ligt er een hele
piramide hooi of stro op, soms tot bijna aan het dak van
het hok. Vaak zie je dan, als je goed kijkt, een
luchtgaatje boven in de berg. Is het heel warm
weer?...dan maakt de moeder het nest aan de bovenkant
open.
De jongen
worden kaal en blind geboren. Na ongeveer 10 dagen gaan
de oogjes open. En….Kleine konijntjes worden groot…na 6
weken kunnen ze, als het goed is, voor zichzelf zorgen(
Jonge konijnen mogen nooit voor de 6e week
bij de moeder weg. Wacht liever tot de 8e
week of langer). Laat je ze langer bij de moeder in het
hok, dan drinken ze nog graag een paar weken bij mams.
Wat is
het geslacht?
<
Voedster
<Ram
Vererving van het geslacht
Je kunt zeggen: als er 1 konijntje wordt geboren is er
50 % kans dat het een rammetje is en ook 50% kans dat
het een voedstertje is.Worden er 4 konijntjes geboren,
dan heb je 50 % kans op 2 rammetjes en dus ook 50% kans
op 2 voedstertjes.
Het zit zo:
De lichaamscellen van de ram hebben in hun chromosomen
een factor die we met X aanduiden, maar ook een factor
die we met Y aanduiden.
De ram is dus XY.
De voedster is XX.
Bij samenstelling van de eicel met de zaadcel gebeurt
het volgende: XX maal XY geeft: XX of XX of YX of XY.
De kans op de geboorte van een voedstertje of een
rammetje is dus 50% en dus gelijk.
Je wilt
waarschijnlijk graag weten wat het geslacht is van de
jongen. Een eventuele nieuwe eigenaar wil dit ook graag
weten. En zeker als men er twee in één hok wil doen .Het
komt regelmatig voor dat mensen denken twee voedsters te
hebben gekocht en dat er toch jongen komen. Of men kan
niet goed
zien
wat het geslacht is, óf de verkoper heeft…je
raadt
het al! ( Die dacht…die ben ik mooi kwijt, ze komen er
wel achter).
Bij een
volwassen konijn is het geslacht goed te bepalen. Bij
jonge konijnen kan dat moeilijk zijn, want het
geslachtsdeel is nog
niet erg
ontwikkeld. Na 5 weken moet je het, met enige
“kijkervaring”, kunnen zien.
Zoals
je op de foto ziet, drukt
men
met de duim boven het gaatje. Bij het rammetje komt het
piemeltje er iets uit, het gaatje is rond (zie foto) en
rondom even ver naar boven.
Bij de
voedster is het gaatje langwerpig.( zie foto) Onderaan
steekt het helemaal niet uit en boven aan wel.
<pas
geboren
<1
week
2 weken>
3 weken>
4 weken>
5weken>
6 weken>
11 weken>
volwassen>
Gewicht
en oorlengte van de jonge Nederlandse Hangoor Dwerg
|
weken |
gewicht |
oorlengte |
|
3 |
250 gram |
13 cm |
|
5 |
400 gram |
16 cm |
|
7 |
575 gram |
18 cm |
|
10 |
800 gram |
20 cm |
|
12 |
925 gram |
21 cm |
|
14 |
1050 gram |
22,5 cm |
|
16 |
1125 gram |
22,5 cm |
|
18 |
1225 gram |
22,5 cm |
|
20 |
1275 gram |
22,5 cm |
|
22 |
1350 gram |
23 cm |
|
24 |
1350 gram |
23 cm |
|
26 |
1375 gram |
23 cm |
|
volwassen |
|
|
|
|
1250 tot1700 gram |
21 tot en met 26 cm |
“konijnenkrantenknipsels……” ↓
1
:De
zogende voedster en haar jongen
uit
“Konijnen”van R.Stenhuis en M.A Verhelst
Direct
na een normale geboorte voedt de voedster voor de eerste
maal haar jongen. Dit is van
groot belang
voor hun ontwikkeling .De eerste melk(het colostrum),
dat direct na de geboorte door de voedster wordt
afgescheiden, heeft een bijzonder eiwitgehalte. Het
werkt reinigend in de darmen van de jongen en zij, die
dat eerst missen, lijden daar een groot deel van de
zoogtijd onder. De fokker kan hier niets aan doen, ook
al zou hij bij het werpen aanwezig zijn.
Krijgt
de voedster meer jongen dan dat zij tepels heeft, dan
haalt men de overtollige jongen weg. Heeft een andere
voedster gelijktijdig geworpen en minder jongen, dan kan
men die weggenomen jongen bij de andere voedster in het
nest leggen. Daarom is het ook aan te raden om meerdere
voedsters tegelijk te dekken en te laten werpen. Ook in
geval van sterfte van de voedster kan men de jongen naar
een ander nest verplaatsen.
Goede
melk is deels erfelijk bepaald en deels afhankelijk van
goede voeding. Geef ruimere porties vers groen,
voldoende water en wat oud gedroogd brood.(Men
zegt wel dat paardenbloemblad/ steeltjes de
melkproductie bevorderen.)
Een pasgeboren konijntje is kaal, heeft gesloten oogjes
en is
geheel hulpeloos. Een stil hoopje dat onder de wol ligt.
Als de tijd van het voederen nadert, komt er beweging in
het nest. De voedster gaat boven het nest staan om de
jongen te voeden. Dat gaat vaak gepaard met gepiep en
gesmak, want ze willen allemaal het beste plekje
veroveren.
Na
ongeveer 10 dagen gaan de oogjes open. Mocht bij een
konijntje
één
van de oogjes gesloten
blijven, dan kan men op een watje wat boorwater doen en
hiermee van voor naar achteren over het gesloten oogje
wrijven. Dan zal het oog vrijwel zeker open gaan.
Wanneer
ze ongeveer 3 weken oud zijn, wagen ze zich buiten het
nest.(De
temperatuur is ook van invloed op het verlaten van het
nest).
Komt men bij het hok, dan gaan de jongen meestal van
schrik, direct weer naar hun nest.
Het wil
nog wel
eens
gebeuren dat bij een voedster na het voeden, een
kleintje aan de tepel blijft hangen, de voedster van het
nest wegloopt en dat het kleintje er buiten het nest
afvalt. In een vroeg stadium zal het kleintje verkleumen
en dood gaan. De voedster duwt het jong niet terug naar
haar nest. Als men niet ingrijpt, zal het jong sterven.
Controleer dus geregeld het hok op “verdwaalde jongen”.
Soms
ziet men de jongen rond de 2e week buiten het
nest scharrelen, op zoek naar hun moeder om te drinken.
Dit komt soms voor als de moeder weinig melk geeft.
Als de
jongen ongeveer 3 weken oud zijn, zullen ze ook proberen
iets van het konijnenvoer te gaan eten. In de 4e
week leren ze van alle maaltijden te eten.
Een
zogende voedster heeft in de regel 12 weken na de
geboorte, soms langer, melk beschikbaar voor de jongen.
Jonge konijnen mogen zeker niet voor het eind van de 6e
week bij hun moeder weg.
Konijntjes die rond de 6e of 7e
week bij hun moeder worden weggehaald zullen minder snel
groeien dan die 10 à 12 weken moedermelk hebben gehad.
Men zegt wel dat jongen die lang bij de moeder zijn
gebleven, het beste zijn om mee te fokken. De moedermelk
laat zich door niets vervangen. Zij bevat naast de
nodige bouwstoffen voor de ontwikkeling van de jongen,
ook stoffen die het jonge konijntje immuun maken voor
verschillende ziekten. En het zal tevens de weerstand
van het jonge dier vergroten.(Zie hieronder bij
Konijnenmelk)
In de 8e
à 10e week vindt de eerste verharing plaats.
De verharing stelt hoge eisen aan het jonge dier. Als
het jonge konijn nog bij de moeder is, zal ze hier beter
doorheen komen. Zijn ze niet meer bij de moeder, dan
hebben ze behoefte aan extra krachtig voer. B.V. een
handvol haver per dag. En natuurlijk ruim drinkwater.
2
:Konijnenmelk
uit “Fokkersbelangen “ februari 2003
Het is
buitengewoon moeilijk moederloze jonge konijnen met de
fles groot te brengen. Meestal verhongeren de jonge
konijntjes daarbij. Waarom? Met deze kwestie heeft de
wetenschap zich al geruime tijd geleden bezig gehouden.
Bij de
vele verrassingen, die het onderzoek bood, behoorde ook
die, dat het konijn een melk levert van ongewone
kwaliteit.
Ze
bevat 3 x zoveel mineralen en meer dan 4 x zoveel vet;
alleen koolhydraten bezit koemelk iets meer. We kunnen
dus zeggen, dat 1/6 van het melkgewicht uit vet
bestaat. De geconcentreerde melk in blik, die we in de
winkel kunnen kopen, heeft een
vetgehalte van 7 ½ -10 %, bereikt dus op geen stukken
na de concentratie van konijnenmelk, die wij ons als een
zeer dikke room moeten voorstellen.
Konijnenmelk bevat slechts 68,3% water; dat is het
geringste watergehalte bij alle melkgiften van onze
nuttige huisdieren als koe, geit, paard varken en
schaap. Verder vinden we in konijnenmelk: 16,6%
vet,10,5% proteïne, 2,5% mineralen
(fosforzuur en calcium) en 2% suiker. Een
jong
konijn drinkt dus, op
een eenvoudige manier uitgedrukt, een dikke, sterke en
weinig zoete melk.
Een
zogende voedster heeft dus veel eiwitrijk, calcium en
fosforbevattend voedsel nodig. Dat is de reden dat onze
konijnen zo graag valappels eten, die zeer rijk zijn aan
fosfor. Vers blad, sappige stengels, luzerne en de
planten van onze peulvruchten
voldoen aan de eisen, die wij aan een melkvormend
voedsel stellen. De eiwitrijke brandnetel, paardenbloem
en klein hoefblad, fluitenkruid zijn de onkruiden, die
wij een zogende voedster zouden moeten geven.
Weliswaar staan ons uitgebalanceerde krachtvoeders
beschikbaar. Toch moeten we niet vergeten, dat de
natuurlijke
voedingsmiddelen
steeds de beste zijn. Het organisme is er op ingesteld.
Pas op met het geven van vitaminepreparaten: overdaad
schaadt. Konijnenmelk is eigenlijk door niets te
vervangen: een wonder der natuur!
(=Vertaald uit DKZ Duitsland.)
Uit
AVIMAIL: Jonge konijntjes ruiken de moedermelk! Franse
onderzoekers hebben in de moedermelk van konijnen een
vluchtige stof ontdekt die de jongen aanzet om de tepel
te zoeken en te zuigen. Omdat de moeder de jongen maar
vijf minuten per dag voedt, mag niet te veel tijd
verloren gaan. De stof die de jongen snel naar de tepel
leidt, is feromoon 2-methy;-2butenal. Melk die
daarvan
is
ontdaan, heeft geen enkele aantrekkingskracht op de
jongen.
3:
Voorjaarperikelen in de konijnenstal
uit
“Fokkersbelangen” februari 2004
Inleiding
ingekort door Cato
Sommige
fokkers willen graag vroeg in het voorjaar een paar
nestjes hebben: Je weet maar nooit…en dan heb ik vast
wat…vooral voor de vroege tentoonstellingen…..
Maar in
de natuur zou dat nooit gebeuren. De jongen zouden dood
gaan van de kou.
Voedsters hebben in het zeer vroege voorjaar soms ook
niet genoeg voeding voor hun jongen. De voedster moeten
extra gevoerd/verzorgd
worden.
Het werpen:
Het is
typisch, maar of de maand nu 30 of 31 dagen heeft,
meestal werpt een konijn op de datum van het dekken, in
de volgende maand erop (februari uitgezonderd). Bij
uitzondering werpt een konijn wel eens een paar dagen
later maar dan gaat het meestal niet vlot.
Of een
voedster drachtig is, laat ze vaak al na enkele dagen na
de dekking zien, ze gooit alles door elkaar en bijt het
stro in korte stukjes, daarom is het aan te bevelen om
ongeveer twee dagen voor de uitgetelde datum het hok
grondig te reinigen en te voorzien van een ruime
hoeveelheid stro.
Dan
begint de voedster meestal wol te plukken, ze doet dit
met nerveuze drukke gebaren en gunt zich nauwelijks
rust. Met plukken wol in de bek, die ze van onder de
buik wegplukt, begint ze haar nest te bouwen met
tussentijdse rustperioden. Als ze haar nest gereed heeft
en alles gaat normaal zoals het hoort, gaat ze in het
nest zitten en begint met het baren van de jongen.
Zittend
in het nest, met haar kop tussen de voorbenen helpt ze
met haar bek bij de geboorte van de jongen. Fokkers die
zo’n geboorte van nabij al eens hebben gezien, weten dat
de jongen in een vlies ter wereld komen. Dit vlies wordt
door de moeder verwijderd, de jongen worden
schoongelikt, de navelstreng doorgebeten en hierna wordt
het een en ander samen met de nageboorte door de
voedster opgegeten. Dit is de normale weg en geeft zo’n
nest jongen meestal geen problemen bij het opgroeien
.Maar het gaat niet altijd zo vlot. Soms blijft de
voedster maar wol plukken en in en uit het nest rennen,
waardoor de hele kooi vol wol ligt. In zo’n geval is het
opletten geblazen. In vele gevallen is de voedster
koortsig en een bakje met schoon water voor deze
voedster is een eerste vereiste. Want als deze voedster
bij het schoonlikken door het velletje heen likt en
bloed proeft, kan het gebeuren door de koorts, dat ze de
jongen aanvreet.
Ook kan
het gebeuren dat een voedster helemaal geen nest maakt.
Om in zo’n geval toch een nest te kunnen maken is het
raadzaam om schone wol van nesten die door de jongen
verlaten worden, goed te bewaren. Ook kan men is de
ruiperiode de uitgeborstelde wol bewaren. Vaak ziet men,
als de fokker van dat wol een nestje maakt…de voedster
er zelf wat wol bij plukt.
Het kan
ook gebeuren dat de voedster na het werpen gedurig met
haar kop in het nest zit en zelfs in het nest gaat
woelen. In dat geval kan men de voedster een halve dag
uit de kooi halen. Als ze weer terug gezet wordt kan ze
de jongen laten zuigen.
Het
gebeurt ook vaak dat de voedster geen of onvoldoende
voeding heeft voor haar jongen. Dit kan men zien als de
jongen altijd erg mager zijnen nooit een goed gevuld
rond buikje hebben.
Bijvoeren
van volle melk met wat brood erin kan soms een uitkomst
bieden, vooral wanneer de jongen zelf uit het nest
beginnen te komen en mee beginnen te eten. Het is echter
wel zo, dat koemelk geen konijnenmelk kan vervangen,
konijnenmelk heeft namelijk een veel hoger vetgehalte.
Daarom is het zaak de voedster tijdens de
drachtperiode goede en rijk gevarieerde voeding te
geven. Het is aan te bevelen om naast een goede
konijnenkorrel ook wat vers groenvier te geven en een
stukje appel wordt ook graag gegeten door de meeste
konijnen. Goed hooi is natuurlijk altijd noodzakelijk.
Het nest wordt
vaak
in de donkerste hoek van een kooi gemaakt. Sommige
fokkers echter zweren bij nestkastjes. Dit kan uitkomst
bieden als men voldoende ruimte in het hok heeft.(Het
wil niet zeggen dat ze dan ook in het nestkastje
bevalt……Ze maakt net zo vaak een nest erin als
erbuiten….)
Het is aan te bevelen om in een periode
waarin een of meerdere worpen worden verwacht, zorg te
dragen voor zoveel mogelijk rust in en om de stal. Er
zijn voedsters die erg nerveus kunnen worden van lawaai,
waardoor een en ander zou kunnen misgaan.
Na de geboorte is het raadzaam om het
nest regelmatig te controleren. Dit kan men doen door
eerst
de voedster uit het hok te halen, maar er zijn
ook voedsters die het probleemloos toelaten. Soms kan
het gebeuren dat een nest te groot is voor de voedster.
Om dan toch de jongen een goede kans te geven is het
raadzaam om enkele voedsters op hetzelfde tijdstip te
laten werpen, zodat men te grote nesten kan verdelen
over de nestje die een gering aantal jongen bevatten.
Dit zogenaamde “overleggen “kan meestal zonder problemen
uitgevoerd worden. Wel moet men de voedster van het nest
waar de jongen bij gelegd worden, een tijdje uit de kooi
verwijderen zodat de jongen de geur van het nest
overnemen.(15-30min)
Bij
koud weer is het raadzaam om zeer attent te zijn of alle
jongen goed in het nest blijven. Soms gebeurt het dat ze
bij het zogen aan de tepel het nest uitgetrokken worden
en niet op eigen kracht terug kunnen naar het nest. In
dit geval moet men de jongen terugleggen in het nest en
goed onderdekken, want ze hebben elkaars lichaamwarmte
hard nodig. ( het moederkonijn duwt haar jongen niet
terug naar het nest….)
Tot slot:
Een
raad. Controleer op of om de 10e dag of alle
oogjes van de jongen open zijn. Als dit niet het geval
is moet je ze even helpen. Dat gaat het beste door een
doekje met wat lauw gekookt water Dit enkele dagen
herhalen totdat ze vanzelf open blijven. Als men dit
niet doet, kan men geconfronteerd worden met
beschadigingen
Op het
oogje, blindheid aan 1 of beide oogjes (of de oogjes
zweren uit). Met een kleine moeite kan dit dus voorkomen
worden.